

ICT Management As A Service Altijd de juiste IT-expertise, precies wanneer je die nodig hebt
Geschreven Door:
Kees Manni

Er zijn weinig ondernemers die zich zorgen maken wanneer het drukker wordt binnen hun organisatie. Sterker nog, in veel gevallen voelt drukte zelfs als een bevestiging dat het goed gaat. De agenda's zitten vol, nieuwe klanten melden zich aan en medewerkers hebben meer dan genoeg te doen. Dat hoort bij groei. Of tenminste, zo voelt het.
Toch merk ik tijdens gesprekken met ondernemers dat er ergens onderweg iets verandert. De organisatie groeit nog steeds, maar de energie verandert langzaam. Medewerkers zijn steeds meer tijd kwijt aan overleg. Er ontstaan uitzonderingen op processen die ooit heel overzichtelijk waren. Nieuwe collega's hebben langer nodig om ingewerkt te raken en simpele vragen kosten ineens opvallend veel tijd om te beantwoorden. Het werk lijkt zwaarder te worden, terwijl de werkzaamheden zelf nauwelijks veranderd zijn.
Op dat moment wordt de oorzaak vaak gezocht in capaciteit. Er moet iemand bij. Er is meer ondersteuning nodig. Of misschien moet er nieuwe software komen om efficiënter te werken. Dat zijn logische gedachten, maar ze lossen lang niet altijd het echte probleem op.
In de praktijk zien wij namelijk iets anders. Organisaties worden niet alleen drukker doordat ze groeien. Ze worden ook drukker doordat processen langzaam steeds meer weerstand gaan geven. En dat gebeurt zelden van de ene op de andere dag. Het ontstaat bijna ongemerkt.
Misschien is dat wel het verraderlijkste aan inefficiëntie. Niemand ziet het ontstaan. Het sluipt een organisatie binnen, terwijl iedereen gewoon zijn werk blijft doen.
Wanneer ondernemers terugkijken naar hun organisatie, kunnen ze zich vaak nog goed herinneren hoe eenvoudig alles ooit was. Er waren minder systemen, minder leveranciers en minder uitzonderingen. Iedereen wist hoe processen liepen en als er iets aangepast moest worden, was dat meestal dezelfde middag nog geregeld.
Maar organisaties blijven niet stilstaan. Ze groeien, ontwikkelen zich en passen zich voortdurend aan nieuwe situaties aan. Dat is gezond. Nieuwe klanten vragen om nieuwe werkwijzen. Wet- en regelgeving verandert. Software ontwikkelt zich. Teams worden groter en verantwoordelijkheden verschuiven. Iedere verandering lijkt op zichzelf logisch.
Juist daar zit de valkuil. Want vrijwel geen enkel proces wordt in één keer inefficiënt. Het begint met kleine aanpassingen die op dat moment de beste oplossing lijken. Een extra controle om fouten te voorkomen. Een Excelbestand omdat een rapportage nét niet compleet genoeg is. Een medewerker die een eigen lijstje bijhoudt omdat hij anders telkens informatie moet opzoeken. Of een leverancier die tijdelijk een aanvullende oplossing biedt totdat een systeem is aangepast.
Niemand maakt zich daar druk om. En terecht. Want afzonderlijk stelt zo'n aanpassing weinig voor.Het probleem ontstaat pas wanneer niemand meer terugkijkt naar het geheel.
Na een paar jaar bestaan processen vaak uit tientallen kleine aanpassingen die allemaal ooit logisch waren, maar samen zorgen voor een manier van werken die veel ingewikkelder is geworden dan nodig. Het bijzondere is dat niemand daar bewust voor gekozen heeft. De organisatie is er langzaam naartoe gegroeid.
Dat is misschien wel het interessantste aan dit onderwerp. Wanneer een machine kapotgaat, ziet iedereen het direct. Wanneer een server uitvalt, ligt het werk stil. Maar processen gedragen zich anders. Die worden niet ineens slecht. Ze worden iedere maand een heel klein beetje omslachtiger.
En precies daardoor valt het nauwelijks op. Mensen zijn ontzettend goed in het aanpassen van hun manier van werken. Ze onthouden welke extra stap nodig is, weten welke collega ze moeten bellen of bouwen een slimme omweg zodat ze tóch verder kunnen. Dat is precies wat goede medewerkers doen. Ze lossen problemen op voordat iemand anders er last van krijgt.
Daardoor blijft de organisatie draaien. Sterker nog, vaak draait de organisatie verrassend goed.
Alleen betaalt ze daar ongemerkt een prijs voor. Niet in de vorm van een grote storing of een mislukte implementatie, maar in tientallen kleine momenten van tijdverlies die zich iedere dag opnieuw herhalen. Een medewerker die drie systemen moet openen om één klantvraag te beantwoorden. Een offerte die langs vier collega's moet voordat hij verstuurd kan worden. Een rapportage die iedere maand handmatig wordt gecontroleerd omdat niemand volledig vertrouwt op de cijfers.
Geen van die voorbeelden lijkt op zichzelf een groot probleem. Maar wanneer ze zich vermenigvuldigen over tientallen medewerkers en honderden werkdagen per jaar, ontstaat er een organisatie die steeds harder moet werken om hetzelfde resultaat te behalen.
Wat mij misschien nog wel het meest fascineert, is hoe snel mensen wennen aan deze manier van werken.
Vraag een medewerker waarom hij iedere ochtend eerst een Excelbestand opent voordat hij in het CRM-systeem kijkt en je krijgt vaak een heel logisch antwoord. Zo werkt het nu eenmaal. Dat overzicht is ooit gemaakt omdat het makkelijker was. Iedereen gebruikt het inmiddels. Het kost hooguit een paar minuten.
En daar zit precies de kern.Die paar minuten voelen niet als een probleem. Ze voelen als onderdeel van het werk.
Hetzelfde geldt voor collega's die dagelijks informatie bij elkaar zoeken, leveranciers die steeds opnieuw dezelfde vragen stellen of processen waarbij drie mensen iets controleren wat eigenlijk één keer voldoende zou moeten zijn. Niemand staat daar nog bij stil, omdat het al jaren op dezelfde manier gebeurt.
Juist daarom is verborgen frictie zo lastig te herkennen.
Hoe langer een organisatie op dezelfde manier werkt, hoe normaler die werkwijze voelt. Tijdelijke oplossingen worden vaste processen. Uitzonderingen worden onderdeel van de standaard. En medewerkers richten hun werk daarop in zonder zich nog af te vragen of het eigenlijk slimmer kan.
Dat is geen onwil. Dat is menselijk gedrag, en zien ondernemers het vaak pas wanneer iemand van buiten meekijkt.
Signaal 1: Je medewerkers zijn vaker informatie aan het zoeken dan ermee aan het werken
Eén van de eerste dingen die opvalt wanneer processen langzaam dichtslibben, is dat medewerkers steeds minder tijd besteden aan hun eigenlijke werk en steeds meer tijd kwijt zijn aan alles daaromheen.
Ze zoeken documenten op, vergelijken informatie uit verschillende systemen, controleren gegevens die eigenlijk al bekend zouden moeten zijn of lopen even langs een collega omdat ze niet zeker weten welke informatie klopt.
Wanneer je zo'n medewerker vraagt hoeveel tijd dat kost, zal hij waarschijnlijk zeggen dat het wel meevalt.
Vijf minuten hier.
Tien minuten daar.
Een telefoontje tussendoor.
Een extra controle voordat iets wordt verstuurd.
Los van elkaar stelt het weinig voor.
Maar daarin schuilt het gevaar. Want organisaties rekenen vrijwel nooit uit hoeveel van dit soort kleine onderbrekingen er op een gemiddelde werkdag plaatsvinden. Terwijl juist daar vaak de grootste verborgen kosten zitten.
Niet in dure software of in een leverancier. Maar in honderden kleine momenten waarop medewerkers bezig zijn met het ondersteunen van processen, in plaats van met het werk waarvoor ze eigenlijk zijn aangenomen.
Signaal 2: Excel is langzaam belangrijker geworden dan je eigen systemen
Vrijwel iedere organisatie gebruikt Excel en daar is op zichzelf niets mis mee. Het is een krachtig hulpmiddel en voor veel analyses of berekeningen nog altijd ontzettend handig. Interessant wordt het pas wanneer Excel niet langer een hulpmiddel is, maar een onmisbare schakel in de dagelijkse operatie.
Dat zie je vaker dan je denkt. Een rapportage wordt eerst uit het ERP-systeem gehaald om vervolgens in Excel "nog even goed te zetten". Een accountmanager houdt zijn eigen klantoverzicht bij omdat het CRM niet helemaal aansluit op de praktijk. Finance heeft weer een ander bestand omdat daarin nét iets meer informatie staat dan in de standaardrapportage.
Het begint meestal met een praktische oplossing. Iemand maakt een bestand omdat het sneller werkt. Collega's nemen dat bestand over en voordat iemand het doorheeft, is de hele afdeling afhankelijk geworden van een document dat ooit bedoeld was als tijdelijke tussenoplossing.
Het probleem zit niet in Excel, maar dat organisaties daarmee onbewust accepteren dat hun processen niet meer volledig ondersteund worden door de systemen waar ze ooit bewust voor hebben gekozen. De werkelijke informatie staat daardoor niet langer op één centrale plek, maar verspreid over bestanden, mailboxen en persoonlijke mappen. En hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het wordt om nog te bepalen welke informatie eigenlijk leidend is.
Signaal 3: Er is altijd één collega die 'het wel weet'
Iedereen kent die persoon. Degene die precies weet waarom een proces ooit zo is ingericht, welke leverancier gebeld moet worden als iets niet werkt of waar dat ene document staat dat niemand anders kan vinden.
Vaak zijn dit de collega's waar iedereen blind op vertrouwt. Ze zijn betrokken, ervaren en lossen problemen op voordat iemand anders merkt dat er iets misgaat. Dat maakt ze ontzettend waardevol.
Maar tegelijkertijd is het één van de duidelijkste signalen dat kennis langzaam is verschoven van de organisatie naar individuele medewerkers.
Dat merk je meestal pas wanneer iemand afwezig is. Een vakantie van twee weken zorgt ineens voor vertraging. Een ziekmelding leidt tot vragen waar niemand antwoord op heeft. En wanneer iemand besluit een nieuwe uitdaging aan te gaan, blijkt hoeveel kennis eigenlijk nooit ergens is vastgelegd.
Veel ondernemers denken dan dat ze een personeelsprobleem hebben, terwijl het in werkelijkheid een organisatieprobleem is. Goede organisaties zijn namelijk niet afhankelijk van mensen die alles weten. Ze zorgen ervoor dat processen ook zonder die ene sleutelpersoon blijven functioneren.
Signaal 4: Afdelingen spreken ongemerkt een andere taal
Hoe groter een organisatie wordt, hoe groter de kans dat iedere afdeling zijn eigen manier van werken ontwikkelt.
Dat gebeurt zelden bewust. Sales richt processen in die prettig werken voor sales. Finance doet hetzelfde vanuit financieel perspectief. Operations kiest weer een werkwijze die aansluit op de dagelijkse praktijk. Op zichzelf zijn dat logische keuzes.
Het lastige is dat de organisatie uiteindelijk niet uit losse afdelingen bestaat. Alles moet ergens samenkomen.
Juist daar ontstaat vaak de eerste frictie. De informatie die sales nodig heeft, sluit niet helemaal aan op de manier waarop operations werkt. Finance controleert gegevens opnieuw omdat de broninformatie op meerdere plekken staat. Klanten moeten hetzelfde verhaal meerdere keren vertellen omdat iedere afdeling met een eigen overzicht werkt.
Niemand doet iets verkeerd. Maar de organisatie wordt wel steeds afhankelijker van overleg, afstemming en uitzonderingen.
Signaal 5: Nieuwe medewerkers hebben veel langer nodig om ingewerkt te raken
Vrijwel iedere ondernemer accepteert dat een nieuwe collega tijd nodig heeft om ingewerkt te raken. Dat hoort erbij. Toch is het interessant om eens kritisch te kijken naar wat iemand eigenlijk moet leren.
Gaat het vooral over de inhoud van het werk? Of bestaat een groot deel van het inwerktraject uit het uitleggen van uitzonderingen, tijdelijke oplossingen en ongeschreven regels?
Wanneer nieuwe medewerkers vooral leren welke omwegen ze moeten nemen om hun werk gedaan te krijgen, is dat vaak een duidelijk signaal dat processen niet meer aansluiten op de praktijk.
Dat is niet alleen frustrerend voor nieuwe collega's. Het maakt een organisatie ook kwetsbaar. Want iedere nieuwe medewerker leert dezelfde inefficiëntie opnieuw aan.
Signaal 6: Iedereen heeft het druk, maar niemand kan precies uitleggen waarom
Dit is misschien wel het meest herkenbare signaal.
Vraag binnen een organisatie hoe het gaat en je krijgt vaak hetzelfde antwoord.
"Druk."
Dat is op zichzelf natuurlijk niet vreemd. Veel organisaties groeien en een gezonde werkdruk hoort daarbij. Toch valt één ding op. Wanneer je doorvraagt waar die drukte precies vandaan komt, blijft het antwoord vaak vaag.
Mensen zijn veel aan het schakelen. Er is veel overleg. Er moeten steeds kleine dingen tussendoor gebeuren. Processen duren langer dan gepland, maar niemand kan precies aanwijzen waar de tijd verdwijnt. En juist dat is interessant. Want tijd verdwijnt zelden in grote blokken.
Ze lekt weg via tientallen kleine onderbrekingen die gedurende de dag zo normaal zijn geworden dat niemand ze nog als verspilling ziet.
Signaal 7: Er worden steeds meer controles ingebouwd
Controle is belangrijk. Zeker wanneer organisaties groeien. Maar er bestaat een groot verschil tussen controle die waarde toevoegt en controle die ontstaan is uit wantrouwen in processen.
Veel organisaties bouwen in de loop der jaren steeds meer extra controles in. Nog iemand die meekijkt. Nog een extra goedkeuring. Nog een laatste check voordat iets naar de klant gaat.
Iedere controle lijkt logisch. Samen maken ze processen steeds trager en opvallend genoeg lost zo'n extra controle het onderliggende probleem vaak helemaal niet op.
Signaal 8: Je weet eigenlijk niet meer waarom sommige systemen er zijn
Tijdens IT Management Scans stellen we regelmatig een simpele vraag.
"Welke rol vervult dit systeem eigenlijk nog?"
Opvallend vaak blijft het dan even stil. Er komen nieuwe applicaties bij, functionaliteiten overlappen elkaar en medewerkers ontwikkelen nieuwe werkwijzen. Ondertussen blijft vrijwel alles bestaan.
Dat betekent niet automatisch dat een systeem overbodig is. Maar het is wel een signaal dat niemand het totaalplaatje nog actief bewaakt.
Signaal 9: Tijdelijke oplossingen bestaan al jaren
Er bestaat bijna geen organisatie zonder tijdelijke oplossingen. Alleen is "tijdelijk" soms een rekbaar begrip.
Een bestand dat een paar weken gebruikt zou worden, bestaat vijf jaar later nog steeds. Een handmatige controle die ooit noodzakelijk was, is inmiddels onderdeel van ieder proces geworden. Een extra leverancier die een tussenoplossing bood, is nooit meer weggegaan.
Dat is geen uitzondering maar eerder een regel.
Signaal 10: Je organisatie draait vooral op aanpassingsvermogen
Misschien is dit wel het belangrijkste signaal van allemaal.
Veel organisaties functioneren uitstekend. Niet dankzij hun processen, dankzij de mensen die er iedere dag in werken.
Goede medewerkers zijn creatief. Ze lossen problemen op, helpen collega's en zorgen ervoor dat klanten niets merken van interne inefficiëntie. Dat is een kwaliteit waar iedere ondernemer trots op mag zijn.
En daarin schuilt ook een gevaar. Hoe beter medewerkers worden in het opvangen van problemen, hoe kleiner de kans dat de organisatie nog ziet waar die problemen eigenlijk ontstaan.
Wanneer organisaties merken dat processen stroperiger worden, ontstaat al snel de behoefte aan een nieuwe tool, een extra systeem of een AI-oplossing. Technologie kan enorm veel waarde toevoegen, maar alleen wanneer duidelijk is welk probleem je probeert op te lossen.
Nieuwe software bovenop een proces dat al jaren niet meer logisch is ingericht, maakt een organisatie zelden eenvoudiger. In veel gevallen wordt de complexiteit juist groter. Er komt weer een systeem bij, weer een leverancier en weer een extra werkwijze die medewerkers moeten begrijpen.
Daarom begint procesoptimalisatie bijna nooit met techniek, het begint met overzicht.
Begrijpen hoe mensen daadwerkelijk werken. Zien waar tijd verloren gaat. Herkennen welke tijdelijke oplossingen inmiddels de standaard zijn geworden en durven afvragen of processen vandaag nog steeds dezelfde inrichting zouden krijgen als je opnieuw mocht beginnen.
Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een nieuwe applicatie of een AI-project, maar daar ligt vaak de grootste winst.
Dat is precies de reden waarom we de IT Management Scan hebben ontwikkeld.
Niet om te beoordelen of jouw ICT goed of slecht is ingericht. En ook niet om bestaande leveranciers ter discussie te stellen.
De scan brengt in kaart waar processen onnodig ingewikkeld zijn geworden, waar systemen elkaar tegenwerken en waar medewerkers dagelijks tijd verliezen zonder dat iemand zich daar nog echt bewust van is.
Opvallend genoeg levert dat bijna altijd dezelfde reactie op.
"Eigenlijk wisten we dit ergens wel... maar we hadden nooit door hoeveel impact het inmiddels had."
En misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van dit hele artikel. Inefficiëntie ontstaat bijna nooit van de ene op de andere dag.
Ze groeit langzaam mee met de organisatie, totdat niemand haar nog opmerkt.
Juist daarom loont het om af en toe met een frisse blik naar je eigen organisatie te kijken. Niet om alles om te gooien, maar om weer zichtbaar te maken wat in de dagelijkse drukte langzaam normaal is geworden. Dat is vaak het moment waarop de grootste verbeteringen beginnen.

Waarom slimme bedrijven hun IT-strategie anders aanpakken (en jij dat ook zou moeten doen).
ICT moet je bedrijf vooruithelpen, niet tegenwerken. Toch zien we dat veel bedrijven nog steeds worstelen met onduidelijke IT-processen, dure leveranciers en onnodige risico’s.
Dat kan (en moet) anders. Bij Manni Management & Advies helpen we jou om grip te krijgen op jouw ICT, met een strategische aanpak die écht werkt.

Wat je ontdekt in deze game-changing gids:
✅ Hoe je IT-projecten 2x sneller oplevert zonder kwaliteitsverlies.
✅ De #1 fout die 80% van de bedrijven maakt (en hoe jij ‘m voorkomt).
✅ Het stappenplan waarmee je direct meer structuur en controle krijgt.
Geen theorie. Geen blabla. Alleen direct toepasbare strategieën.


Van Nelle fabriek Rotterdam
Postbus 13071,
3004 HB Rotterdam
info@mmabv.nl
+31 (0)85-3018345
Copyright © Manni Management & Advies | Alle rechten voorbehouden | Website realisatie door Giant Marketing B.V.